Waterman (15-10-2009

Waterman (15-10-2009)

L U C H T E N

  

Hallo, beste vrienden en lieve vriendinnen. Daar zijn we weer eens. De eerste keer digitaal en dat is best wat anders. Het idee, dat jullie me niet meer in alle rust op de bank liggen te genieten, maar me in een hoekje of op zolder zitten te scrollen is een gevoel, waaraan ik nog erg moet wennen.

Hebben jullie me nog een beetje gemist ? Ik jullie in elk geval wel. Sommigen als kiespijn, maar de meeste toch wel écht.

 

De titel boven deze column slaat niet op de juist in dit jaargetijde zo prachtig optredende wolkenpartijen. Dus niet de luchten, waar oude meesters als Ruysdael en Jongkind per kwast zo mooi over konden verbeelden. Dus niet over de op tv getoonde ingestuurde foto’s van amateurs in het weerbericht waar vriend Krol zo enthousiast over uit zijn fontanel kan gaan.

Nee, dit gaat meer over de nasale (on)genoegens, die luchten veroorzaken.

 

Als je op een late avond een willekeurige Oosterboshal inloopt, komt  de bezwangerde transpiratiegeur, die tientallen jongens en meisjes al sedert de vroege avonduren  aan het afscheiden zijn, je tegemoet. En stinkt dat dan ? Het antwoord luidt: Nee !

 

Dat komt, zo legde men mij uit, omdat het ruikt naar vérs zweet. En dat stinkt dus niet. Sterker nog, onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld in een willekeurige slaapkamer, kan de verse zweetlucht van de partner behalve heerlijk ruiken ook de zinnen prikkelen en dus de feestvreugde in hevige mate vergroten. En dat is in die omstandigheden mooi meegenomen. Wel jammer, als je van nature niet (zo snel) transpireert. Dan zul je naar de drogist moeten. (“Mag ik van u een half pondje vers zweet ? Nee, inpakken graag. Het is voor in de slaapkamer.”)

 

Ook de luchten van pasgedouchte en gesoigneerde sportmensen zijn vaak een weldaad voor ons reukorgaan en naast het feit, dat de betrokkene zelf graag lekker ruikt, is het toch ook wel bedoeld om ánderen te laten genieten van hoe lekker jij ruikt.

Het moet de ander ook het idee geven, dat je erg schoon bent op je lijf. En dat hoeft door het gebruik van luchtjes helemaal niet zo te zijn.  In de tijd van Lodewijk de Veertiende stonk men van vuiligheid als bisamratten, maar verdoezelde men dat door overdosissen parfum, ook toen al in Frankrijk ruim voorhanden.

 

En zo maken we een bruggetje naar de minder prettige variant van luchten: De stanklucht.

Oók in een willekeurige kleedkamer in een willekeurige Oosterboshal vaak overvloedig aanwezig.

Je kent ze wel, die wat stijf aan de haak hangende kledingstukken, waar al weken geen sopje meer doorheen gegaan is. Ze bevatten oud zweet. En dat ruikt niet lekker. Soms staat er een sporttas open met daarin een slip van, laten we schatten, een week oud. Het bevat patronen, die Björn Borg daar met zekerheid niet in ontworpen heeft en die men aanvankelijk “slipstream” noemde.  Toen ik ooit bij een verslag van een autorace de reporter hoorde zeggen, dat Jan al drie ronden lang in de slipstream van Piet reed, was ik verward en ontzet.

Later is men het gewoon remspoor gaan noemen. Veel duidelijker !

 

Gelukkig behoren we zélf niet tot deze laatste categorie. Wij zijn  allemaal schoon op lijf, leden en kledij.

Het zijn altijd die andere viezeriken, die het niet zo nauw nemen met de hygiëne. Toch ?

Mooi zo. Want wij zijn van SSS : Schoon, Schoner, Schoonst.

Houen zo !

 

Nou, dit is hem dan, de eerste digitale. Misschien een beetje erg “luchtig “?

Als jullie je afvragen, of de inhoud van dit stukje nou representatief zal zijn voor eventueel volgende stukjes, dan hoop ik dat toch van niet.

Ik blijf m’n best doen met fantaseren.

 

Als jullie het een beetje leuk vonden, ben ik allang weer tevreden.  Ik hoor het nog wel eens.

 

Groetjes,

 

Waterman

Contact

Secretariaat Volleybalvereniging SSS
Schoutenstraat 72G
3771 CK Barneveld
Telefoon: 06-22667983
Email : secretariaat@sss-barneveld.nl

Inloggen (mobiel)